Het staartje van een burnout

‘Ik voel me verdrietig, boos en teleurgesteld’, lees ik in de app die Maaike mij stuurt. ‘Zonder naar mij te luisteren, laat de bedrijfsarts mij gisteren telefonisch weten dat het tijd wordt om mijn werk weer op te pakken. Ik voel me overrompeld en weet niet hoe ik moet reageren. De hele ochtend heb ik huil- en paniekbuien.’ Ze beschrijft uitgebreid hoe ze tevergeefs heeft geprobeerd haar leidinggevende te bellen en eindigt met: ’Dit wilde ik je even laten weten. Groet, Maaike’.

Na de eerste sessie met cliënten, laat ik ze altijd weten dat ze tussentijds contact met me kunnen opnemen als ze daar behoefte aan hebben. Er gebeurt vaak veel tussen onze afspraken in en dan wil ik er voor hen te zijn. Toen ik zelf therapie volgde heb ik dat als gemis ervaren, vandaar mijn uitnodiging naar cliënten. In de praktijk wordt er door de meeste cliënten geen gebruik van gemaakt. Alleen het idee dat er een vangnet is, doet dan al genoeg.

Maaike, 25 jaar, heeft een leidinggevende functie. Ze is een typisch geval van een high potential die van jongs af aan veel van zichzelf vraagt.

Ik overweeg Maaike te bellen na het lezen van haar app. Of zou het juist haar proces ten goede komen, als ik niet reageer? Tja, dat weet je nooit. Ik besluit mijn gevoel te volgen en haar te bellen.

Aan haar stem te horen, zit ze volop in haar emoties. Ze klinkt somber en praat monotoon terwijl ze haar verhaal nog een keer vertelt.

‘Ik vraag me af of ik helder ben geweest naar de bedrijfsarts’, zegt Maaike.

‘Die vraag stel je jezelf vast niet voor niets’, reageer ik. Dan herinner ik haar eraan hoe we in de vorige sessies hebben gesproken over uiting geven aan datgene wat voor jou belangrijk is. Hoe ze als kind geleerd heeft om zich onzichtbaar te maken, omdat er gedoe was tussen haar ouders. En ook omdat haar zieke broertje alle aandacht vroeg.

De stem van Maaike klinkt krachtiger en voller als ze zegt: ‘O, weer hetzelfde thema dus’. Ze schiet in de lach. ‘Ja, ik zie nu dat ik natuurlijk in de actiestand had moeten komen. Ik voelde me slachtoffer en aanklager tegelijkertijd. Dat ken ik zo goed.’

Op het moment dat Maaike vanuit dit nieuwe perspectief naar de situatie kijkt, verdwijnen haar heftige emoties als sneeuw voor de zon.

‘Zullen we eens kijken naar hetgeen je duidelijk wilde maken aan de bedrijfsarts?’ vraag ik haar.

Zonder enige hapering verwoord ze precies wat ze wil. Ze ziet het zitten om weer aan de slag te gaan, maar alleen als een externe bedrijfsmaatschappelijk werker haar daarbij ondersteunt. Maaike heeft goede verhalen over haar gehoord. ‘Als ik dit alleen moet doen, dan stap ik zo weer in mijn oude manier van werken. Voor ik het weet ben ik dan weer terug bij af’, zegt ze vastberaden. ‘Morgenochtend ga ik meteen de bedrijfsarts bellen. Ik zal hem ook zeggen dat ik niet helder ben geweest tijdens ons telefoongesprek en toelichten dat deze situatie een typisch voorbeeld is van hoe ik in die burnout terecht ben gekomen’.  

‘Voor nu heb ik wel weer even genoeg geleerd’, zegt Maaike lachend.