Weer blij met mezelf

Deel 1 van 3

Ze ploft op de bank neer en slaakt een diepe zucht. Ze moet zichtbaar bijkomen van de korte afstand van haar auto naar mijn praktijkruimte. Het zweet staat op haar voorhoofd. Haar zwarte kleding is niet toereikend om de overtollige kilo’s te verbergen.

‘Zo, ik ben er’, zegt Agnes zodra ze haar koffie pakt. ‘Het wordt tijd dat ik aan mezelf ga werken. Ik werk te hard, leef ongezond en mijn relatie van 8 jaar heb ik vorig weekend verbroken. Drie jaar geleden ging ik inzien dat hij wel heel veel narcistische trekken heeft. Ik snap niet waarom ik zo lang bij hem ben gebleven. Ik dacht dat het aan mij lag. Ook omdat het de zoveelste relatie is die niet werkt.’ In gedachten verzonken staart ze naar de grond. Haar schouders hangen naar voren.

Terwijl ze met de handen door haar grijze krullen woelt strijkt, vervolgt ze: ‘Dat corona-gedoe doet me ook geen goed. Hele dagen ben ik alleen thuis aan het werk. Ik mis fysiek contact met collega’s. De weekenden zijn een drama. Hoe kom ik het door zonder dat ik weer helemaal losga met eten? Op maandagochtend tijdens de online meeting, beginnen we altijd met verhalen delen over ons weekend. Het liefst verdwijn ik dan. Mijn gedachten gaan terug naar de uren die ik zappend op de bank doorbracht.  Ik ben mezelf spuugzat. Kon ik er maar weer op uitgaan in het weekend, dan zou ik me vast veel beter voelen.’

Ik kijk Agnes aan. Het lijkt of ik mezelf zie zitten. Ik vertel haar dat ik, jaren geleden, ook alleen maar aan eten kon denken én mezelf volstopte met van alles en nog wat. Dat ik zo’n hekel aan mezelf kreeg, omdat ik weer een dag verpest had door teveel te eten. Ik voelde me wanhopig omdat ik geen idee had hoe ik dit kon veranderen. Een typisch geval van in de slachtofferrol blijven hangen. Als ik toen had geweten dat er altijd een andere optie is, dan had ik mezelf een hoop frustratie én kilo’s bespaard.

Agnes legt een extra kussen in haar rug en ontspant zich zichtbaar.

‘Wat verwacht je van mij?’, vraag ik haar.

‘Van mijn werkgever mag ik een coaching-traject doen. Hij ziet ook dat het niet goed met me gaat. Wat ik graag wil is weer positief en gezond in het leven staan. Gewoon blij zijn met mezelf.’

Geen antwoord op de vraag, maar wel interessante informatie, denk ik bij mezelf.

‘Weer? Dit zegt mij dat je ook hebt ervaren hoe het is om positief en gezond in het leven te staan. Hoe zie jij dat?’ Nieuwsgierig wacht ik haar reactie af. ‘Een jaar geleden heb ik een sapkuur gevolgd in Italië. Wat voelde ik me krachtig. Anderen uit de groep gingen ’s avonds naar het dorp om ‘lekker te zondigen’, maar ik had daar totaal geen behoefte aan’. Haar ogen sprankelen en ze gaat rechtop zitten. ‘Ik denk ook aan de tijd dat ik in een koor zong. Wat heb ik genoten. Ik zing eigenlijk nooit meer, realiseer ik me nu opeens.’

‘Wat een mooie voorbeelden Agnes. Blijkbaar zit er veel power in jou die naar de achtergrond is verdwenen door wat je hebt meegemaakt.’ Ze knikt met een verbaasde blik, alsof ze vergeten was dat die power in haar zit.

Terug naar mijn vraag: ‘Wat verwacht je van mij?’

‘Ik hoop dat jij me concrete handvatten kan geven en mij helpt om dingen te verwerken. Ik wil mijn boosheid en verdriet achter me laten;  weer gezond gaan eten en beter voor mezelf zorgen. Daardoor ga ik me vast weer vrolijk en sterk voelen.

‘Daar gaan we samen aan werken’, verzeker ik haar.

In een volgende blog meer over het proces van Agnes.