Gesprekken mijn moeder 2

‘Die buurvrouw op de gang, was weer aan het klagen over de herrie die de bouwvakkers maken. Ik vind het juist gezellig om te zien hoe ze bezig zijn. Elke middag ga ik rond half 4 naar buiten, want dan weet ik dat ik ze tegenkom als ze weer naar huis gaan. Zo leuk om een praatje met ze te maken. Wat kunnen die oude mensen toch zeuren.’ Mijn moeder slaakt een diepe zucht.  

‘Gelukkig klaag jij niet mam,’ zeg ik lachend. Ze heeft hem door en schiet in de lach. ‘Tja, ik doe het ook wel eens, maar ik probeer altijd de positieve kant van dingen te zien.’ Ik beaam dit en zeg dat ze een voorbeeld voor me is. ‘Kijk eens naar die prachtige wolken? Zie je die hond in de lucht?’ zegt ze enthousiast. Ik kijk met haar naar buiten en vraag me af of ze heeft gehoord wat ik zei.

Bij het afscheid nemen heeft mijn moeder vaak nog veel te delen. Zo ook deze keer. Het voordeel van dit patroon is, dat ik er rekening mee kan houden in mijn planning.

Ze kijkt me liefdevol aan en pakt mijn handen vast.  Ze knijpt behoorlijk hard. ‘Ik heb je zo nodig en ben je zo dankbaar. Met de steun van jou, je broers en alle lieve mensen, kan ik nog steeds zelfstandig wonen. Ik ben zo’n gelukkig en gezegend mens. Moet je eens kijken wat ik allemaal nog kan.’  Ze somt een waslijst aan activiteiten op. ‘En ik ben gezond. Dat is in deze tijd toch helemaal iets om dankbaar voor te zijn. Dat ik veel dingen vergeet, mag toch als je bijna 90 jaar bent?’

‘Je weet ook vast niet dat je dit elke dag vertelt?’ zeg ik ondeugend. Ze schaterlacht. ‘Dat is waar. We kunnen er maar beter om lachen, vind je niet?’

Onwillekeurig gaan mijn gedachten naar zo’n 25 jaar geleden toen ik het contact met mijn moeder verbrak en hoe verschrikkelijk zij dit vond. Na een jaar nam ik weer contact op en sinds die tijd zijn we steeds opener naar elkaar.

Ik vervolg: ‘Ik ben blij dat je mijn moeder bent. Jouw vermogen om altijd weer te zien wat er wel is, in plaats van wat je mist. Je bent daarin echt een voorbeeld voor mij. Dankjewel daarvoor.’

’Wat heb je toch een mooie sjaal. Hij staat je zo mooi,’ zegt ze vol bewondering.

Als ze weer over mijn sjaal begint, zeg ik: ‘Lastig hè, om complimenten te ontvangen.’

‘Ja kind. Dat heb ik niet geleerd. Maar ik ben vooral jou zo dankbaar voor alles wat je doet.’ 

Ik laat het voor wat het is. Het is goed zo.

Als ik naar huis rijd, denk ik terug aan de tijd dat ik slechts oppervlakkig contact had met mijn moeder en hoe ik me toen zoveel mogelijk van mijn beste kant liet zien. Nu deel ik wat er in mij leeft. Wat een groot geschenk dat we nog de tijd hebben om samen nieuwe ervaringen op te doen.